Dam tot Damloop IV

De avond voor een hardloopwedstrijd een verjaardag mee pakken wordt je vaak afgeraden. Ditmaal was het een collega die 30 werd en dit in de prachtige bar Basquiat wist te vieren. Slim of niet, dat wil je toch niet missen? Misschien geen perfecte voorbereiding, maar die paar biertjes loop je er wel weer uit en een beetje ontspanning is ook zo gek nog niet.

De volgende ochtend een lichte kater, maar de beentjes voelen goed, ik heb er zin in. Ik stel me als doel om een pace van 4:00/km vast te houden en te kijken hoe ver ik daar mee kom. De laatste keer 16km was ook bij de Dam tot Damloop, waarbij ik toen na 1 uur en 15 minuten over de finish kwam. Een PR lijkt dus binnen handbereik.

Ik loop in het groen vandaag. Een kleur die het goed zou doen op St. Patricks Day, of als je in het team de bronstige boswachters loopt. Klaarblijkelijk ook als je met Ahold Delhaize mee loopt. Eenmaal in het startvak vind ik mijn medekikkers en kan ik nog een mooi plekje in de voorhoede bemachtigen. In het startvak kun je vervolgens lekker mee springen op de aanwijzingen van een jonge man die het goed zou doen bij Nederland in beweging of op het kanaal tijdens de gay parade. Mijn zin zakt erdoor al snel naar het niveau van een ochtend voor een tandartsbezoek. Gelukkig klinkt al snel het startschot.

Sinds kort luister ik geen muziek meer tijdens het hardlopen, maar heb nog wel oordopjes voor de vriendelijke stem van runkeeper, die me de snelheid op gezette tijden door geeft. Die oordopjes blijken geen overbodige luxe wanneer ik de IJtunnel inloop, terwijl er in diezelfde tunnel het tromgeroffel schalt met het volume van een stadion vol vuvuzela’s. Mijn zin in deze race bevindt zich nu echt op een dieptepunt. Maar dat verandert als een blad aan de boom als ik zicht krijg op vier lopers voor me. Dit blijken namelijk de voorste 4 lopers. Oftewel, ik ga lekker.

Aan het einde van de tunnel heb ik ze op 1 na ingehaald en hoor ik weer mijn snelheid... 3:50/km. Ik besef dat ik me nu in een positie bevind als Michael Boogerd op de Cauberg. Je weet dat je heerlijk bezig bent, maar tegelijk weet je ook dat er iemand voor je zit die net wat te hard gaat en die je zeer waarschijnlijk niet in gaat halen. Ook wel de positie van de (eeuwige) nummer twee. Voordeel is wel dat de beste man een groot deel van de tegenwind op vangt, dus ik blijf er toch nog maar even achter lopen.

Even later hoor ik weer de liefelijke runkeeper stem tegen me zeggen dat ik gemiddeld op 3:50/km loop. Hoe goed mijn benen ook voelen, dit moet ik toch maar laten lopen. Tot aan een kilometer of 8 blijft hij in het zicht en dan moet ik toch echt toegeven het volgend jaar opnieuw te proberen, om dan niet als Boogerd als eeuwige tweede weer achter hem te komen.

Verder loop ik een heerlijk race, die sneller en soepeler ging dan mijn laatste Dam tot Damloop. De tijd 1:07:22 is zeker een PR en wordt de te kloppen tijd voor volgend jaar. Maarten Thalen was er ook weer bij, ook al kon hij zich na de marathon zich niet richten op een PR.


Top