Schutsloop XL Noordscheschut

Net bekomen van de 10 kilometer van gisteren (exclusief 5 km warming-up) stond vandaag weer een race op het programma. De 4 mijl van Noordscheschut, onder de naam Schutsloop XL.

Gelukkig geen spierpijntjes vandaag, maar ik werd wel iets te laat wakker. Vannacht nog tot iets te laat speciaalbiertjes gedronken. Ik heb snel mijn oude hardloopschoenen uit de kast getrokken, een shirt van de Cascaderun 2014, een fles cola mee en ik redde de bus net. De aansluiting op de trein was perfect, maar tijd om wat te eten had ik niet.

Ik wist dat ik nog twintig minuten in Hoogeveen had voordat Jan-Willen mij daar oppikte en een Saucijzenbroodje kan wonderen doen. Maar die moesten nog gebakken worden!!! Helaas. Dan maar een broodje uit de koeling met Oma’s gehaktbal en een Snickers. Mijn voorbereiding was weer perfect.

Jan-Willem was er om 13.00 uur en via Zuidwolde zijn we naar Noordscheschut gegaan. Daar kwamen we mijn vader tegen, die het hardloopvirus ook te pakken heeft en vandaag mee ging lopen.

Bij het ophalen van de startnummers viel ons op dat we geen chip hadden. Toen ik vroeg of er wel tijdsregistratie was werd ik raar aangekeken en kreeg de reactie: tuurlijk!! We hebben een stopwatch! Haha, oké, sorry! Bij de startstreep stond gelukkig wel een grote klok en het werd ons duidelijk dat het deelnemersveld dusdanig klein was (ca. 50 man) dat zo’n systeem ook teveel kosten met zich mee zou brengen. Iedereen had dus dezelfde starttijd en de eindtijden werden genoteerd. Via video van moeders bleek ik mijn exacte eindtijd ook af te kunnen lezen.

De lucht werd donkerder, het werd kouder en het begon te regenen. Heerlijke omstandigheden om in te lopen, maar niet om in te wachten. We besloten om 500 meter in te lopen en het daar ook bij te laten. We wilden voor in het vak staan. Het startschot klonk een paar minuten te vroeg, maar prima, dan zijn we er ook eerder klaar mee.

Jan-Willen en ik liepen de eerste kilometer samen. Hij had geen hulpmiddel mee om zijn snelheid of tijd mee te krijgen en vroeg mij na 500 meter hoe snel we liepen. We liepen op een pace van 4:07; dat was mij ook te hard. Ik zei tegen Jan-Willen dat hij zijn ritme moest vinden, maar ik praatte eigenlijk tegen mezelf. Snelle passen maken. De paslengte wordt vanzelf groter als je spieren soepeler worden. Dat ging goed. Na 1,5 kilometer klinkerweg en asfalt moesten we het bos indraaien. Een redelijk scherpe bocht met bladeren en modder. Ik gleed uit en lanceerde mijzelf van het pad af. Jan-Willem genoot hier hoorbaar van en het is jammer dat het niet op film staat. Ik liep stug door. Na kilometer 2 liep Jan-Willem al een stukje achter mij, maar die ging dan ook in 3:51 veel harder dan ik dacht.

De race bestond uit 3 ronden van 2,15 kilometer en in ronde 2 kreeg ik het al zwaar. Ik zei nog een keer tegen mezelf dat ik mijn ritme moest vasthouden en dat lukte. Af en toe snakte ik naar adem, maar ik liep door.

Uiteindelijk finishte ik in 26:34 en dat was veel sneller dan ik had durven hopen. De weersomstandigheden waren bijna perfect. Als het nog 10 graden kouder was had ik misschien wel onder de 26 kunnen duiken. Needless to say, was ik zeer voldaan en zeer tevreden over de tijd. YES! Jan-Willem liep met 28:08 ook een PR in het post-ALO-tijdperk en mijn vader liep met 31:30 ook een tijd ver boven verwachting.

De 4 mijl loop je niet vaak. Ik denk dat ik in oktober tijdens de 4 mijl van Groningen deze tijd weer ga aanvallen. De volgende 4 mijl is gepland op 10 oktober in Hoogeveen / Zuidwolde, maar ik weet nog niet of ik dan kan.

Achteraf dacht ik terug aan mijn voorbereiding. Gisteren 15 kilometer gelopen, niet goed gegeten, niet goed geslapen: ik ben blij dat ik hier tijdens de race geen moment aan heb gedacht. Er is dus nog zeker ruimte voor verbetering. Maar voor nu: proost!

Simon


Top