TCS Amsterdam Marathon

Raceday

5:30. De wekker gaat in Hoogeveen, in mijn ouderlijk huis. Ik kleed mij snel om. Mijn ouders zijn ook al wakker, want zij brengen mij straks naar Amsterdam. Mijn moeder stopt de lasagne in de magnetron en ik worstel met de compressiekousen. Mijn ouders pakken de auto in met een voorraadje drinken en banaantjes terwijl ik van de lasagne geniet.

6:15. We vertrekken naar Amsterdam. Mijn vader rijdt en ik slaap nog een beetje half. Ik gooi mijn benen languit om de spanning ervan af te halen. Was het maar alvast 1 uur, denk ik.

8:00. Het was rustig op de weg. We parkeren de auto in Slotervaart bij de tennisclub, ,meerdere hardlopers hebben hetzelfde idee. In de verte zien we het olympisch stadion waar straks de start én finish is. We lopen langs een soort woonwagenkamp, bestaande uit tientallen woonboten. Eén auto heeft een kapotgeslagen ruit. De lucht kleurt roze en paars, de zon is net op.

Startgebied

8:30. Het is even zoeken, maar in Sporthallen Zuid moet ik mijn startnummer ophalen. Dat is nog 500 meter van het stadion. Ik kleed me binnen om, en speld het nummer op. Ik kijk om me heen of ik Peter of Rowan zie in de sporthal tussen de honderden mensen, maar tevergeefs. Eigenlijk wil ik ze zoeken, maar ik besluit me niet druk te maken. Mijn ouders overleggen op welke punten ze gaan staan.

9:00. Ik sla een flesje cola achterover en neem een fles Extran mee richting het startvak. Buiten het stadion zeg ik 'tot zo!' tegen mijn ouders, want ik loop via de ingang waarboven staat 'Marathon Runners Only'. Ik kom in een massa terecht die met 0,1 km/u naar voren beweegt. Ik erger mij aan mensen die door de massa heen willen drukken. De tijd tikt door. Voor me zie ik een smal langwerpig gebouw waarop het olympisch vuur 88 jaar geleden brandde.

9:25. Ik kom het olympisch stadion binnen via de catecomben. Ik heb nog niks gepresteerd, maar wat geeft dit een heroïsch gevoel. Kippenvel. Het stadion is halfgevuld met publiek. Nog meer mensen staan op het gras binnen de atletiekbaan. Dit moeten meer dan 10.000 man zijn. We zijn met behulp van hekken in allemaal groepen verdeeld. Ik start vanuit startvak roze. Het heeft totaal geen zin om Rowan of Peter te zoeken. Een man heeft haast en struikelt, zijn flesje en banaantje liggen 5 meter verder. Het is de spanning die voelbaar is. Er staan naast de startvakken rijen van tien man voor de twintig dixies. De start is over twee minuten: dat kan toch niet? Ik begrijp het niet goed.

Stay on your lane!

9:34. De wedstrijdlopers zijn het stadion al uit. In ons vak komt ook beweging. Het is echt. We beginnen. Oh shit, ik heb maar drie gels mee. De vorige keer had ik er zes (om de 7 km één). Helemaal vergeten extra te halen vanmorgen bij de expo.

Ik wil 24 minuten over elke 5 minuten doen, dan kom ik ongeveer op mijn streeftijd van 3 uur en 25 minuten uit.

9:59. Vijfkilometerpunt. Het lopen gaat makkelijk. Mijn rechtervoet slaapt, dat is vervelend. Ik heb al een minuut vertraging opgelopen vanwege de drukte en de geringe inhaalmogelijkheden. Ik duw een vent opzij die mij wil afsnijden. "Stay on your lane!" waarop hij antwoordt: "Oyy, wut mate, ya stay on yar lane". Wat loop ik me ook te ergeren, dacht ik. Hier kan niemand wat aan doen.

10:23. Tienkilometerpunt. Mijn rechtervoet begint wat pijn te doen. Ligt het aan die compressiekousen? Volgende keer toch maar weer dikke sokken aantrekken. Ik heb ook in dit stuk weer een minuut verloren om dezelfde reden.

10:47. Vijftienkilometerpunt. Hé wat fijn. We lopen langs de Amstel. Aan de overkant van het water zien we het 24-kmpunt, op de terugweg. Dan zijn we al over de helft! Ook in dit laatste stuk verloor ik weer een aantal seconden. Het lopen gaat nog heel makkelijk. Ik gooi het tempo wat omhoog op dit lange overzichtelijke stuk waar je wel een beetje in kunt halen. De weg is bol. Ik besluit aan de zijkant van de weg te lopen die vlak is.

10:11. Twintigkilometerpunt. Ik heb tijd teruggewonnen. Ik reken uit dat ik nog twee minuten moet goedmaken op mijn schema van 24 min / 5 km.

Op de helft!

11:17. Halverwege is mijn tijd 1:43:36. Als Ik verdubbel kom ik uit op 3:27. Ik moet de tweede helft dus sneller lopen voor die 3:25. Dat zou wel hilarisch zijn. Dan zouden die mensen die mij op de app volgen wel onder de indruk zijn haha. Het is zo vervelend dat deze kant van de Amstel weer smal is. Inhalen moet via de berm. Ik besluit om niks te forceren, om niet verder te versnellen. Ik kijk na km 30 wel weer. Ik neem mijn eerste gelletje.

11:26. Ha, daar zijn mijn ouders dan!! Na 24 kilometer lach ik nog wel aardig dacht ik! Leuk! Ik heb ook het gevoel dat ik net begonnen ben. Die gedachte helpt mij meer dan: ik hoef nog maar 18. Nog 18!??

12:00. Dertigkilometerpunt. Het is mij goed gelukt om mijn verstand op 0 te zetten en door te lopen. Ik heb weer een beetje tijd teruggepakt. Het gaat nog lekker. Ik durf niet te versnellen, elke minuut die ik nu té hard loopt kosten mij er drie. Misschien de laatste vijf kilometer dan. Ik neem mijn tweede gelletje.

"Na 35 kilometer begint de wedstrijd pas echt"

12:24. Vijfendertig. Mijn benen verzuren nu ineens heel snel. Ik heb kramp in mijn buik van dat gelletje. Ik neem er niet nog een, maar heb eigenlijk wel wat energie nodig. Ik weet het niet. Doorlopen maar. Als ik mijn streeftijd wil halen moeten mijn laatste kilometers sterk zijn. Ik geef een kerel een duw die mij onnodig afsnijdt. "Hé joh, je hebt ruimte zat joh eikel" schreeuw ik. "Je waggelt, sukkel!" schreeuwt hij. 500 meter later kom ik hem weer tegen. "Klein stukkie nog" zegt 'ie. "Ja, zet 'm op" antwoord ik.

12:41. Achtendertig. Ik heb het nu echt zwaar. Mijn ouders juichen mij toe en zien dat ik het zwaar heb. Ik steek mijn tong uit. Ik ben aan het afzien. Ik verlies nu elke kilometer een halve minuut. Ik zie het Vondelpark al liggen. Gelukkig. Ik ben meer aan het snelwandelen dan aan het hardlopen en elke keer dat ik op mijn horloge kijk ben ik maar 100 meter verder. Het valt me mee hoe langzaam ik ga. Wat er ook gebeurt, ga niet wandelen, vertel ik mijzelf. Omarm de pijn. Hoe verder ik loop, hoe korter de afstand tot de finish. Ik wilde een vreugdesprongetje maken straks als ik over de eindstreep kom. Nou, laat dat maar zitten.

Trots

12:50. Veertig. Ik reken uit dat ik 8-9 minuten moet doen over 2,2 kilometer. Ik realiseer mij dat dat net iets te snel is. Helaas dus. Het komt door de eerste vijftien drukke kilometers. File was het gewoon. Overmacht. Maar nu doorlopen. Als je gaat wandelen verlies je er zo weer vijf. Ik denk aan een biertje.

13:00. Nog vijf honderd meter. "Heu, Simon!!" Het is Myrthe. En poef, er knapt iets onder mijn kleine teen. Kennelijk had zich daar een blaar opgehoopt. Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Ik schrik me een hoedje, voel de intense pijn en schreeuw "neeeeee, neeee, niet nu". Ik loop door op de pijn. Het stelt ook eigenlijk niks voor vergeleken met de spierpijn. Wat stel ik me ook aan. Ik kom het olympisch stadion binnen. Voor de laatste keer vandaag. Een eindsprint zit er niet in. Ik steek mijn handen in de lucht. HOPPA!! Ik ben nog niet gefinisht maar zeg tegen mezelf: Amsterdam loop ik vanwege de drukte nooit weer. Maar ik ga me heel gauw inschrijven voor een nieuwe.

13:02. Ik loop over de eindstreep en zet het klokje stil op 3:28:19. YES! Deze periode is weer afgesloten. Alle wedstrijdjes en trainingen die ik liep het afgelopen half jaar waren voorbereiding voor vandaag. En dat is nu klaar. Heerlijk. Ik ben zeer tevreden over mijn opbouw van deze race. Het verval in de tweede helft was slechts 1 minuut en 7 seconden! Ik ben trots op mezelf, dat gebeurt niet vaak. Ik strompel af en heb vooral last van die geknapte blaar. Nu eerst die compressiekousen uit, schoenen uit, en een uurtje bijkomen.

En dat is nummer TWEE!

Simon


Top