Zevenheuvelenloop

Nijmegen, de Zevenheuvelenloop, een afstand die ik nog nooit gelopen heb. Een ding is dus zeker, het wordt een PR. Hoe goed? Dat is de vraag. Vorige week liep ik boven mijn eigen verwachting een 32.28 in Nunspeet en de benen voelden goed. Hoewel ik deze week een beetje klachten aan de kuiten had, leken deze ‘sochtends verdwenen te zijn. Dat het KNMI code geel af had gegeven voor windkracht 6-7 met stoten tot 110 km/h mocht de pret niet drukken. Met een goed gevoel afreizen naar het midden van het land dus en niet gek laten maken door donkere wolken.

In de auto met oud-LA-genoot Arjan naar Nijmegen een strategie bepalen, lekker ouwehoeren over zijn mega PR van 31:51 (en vooral de geldigeheid ervan... iets met gecertificeerde parcours...). We hadden hetzelfde strijdplan, waar ook Fabian aan mee zou doen; 16.30 – 33.00 – 49.30. Ook al was de eerste 5k vol tegen de wind in en heuve lop. Het plan was om gewoon vlak te lopen. Zo lang mogelijk 3.18 kilometers aan elkaar rijgen dus. Een klein beetje verlies zou in de eerste 5 wel mogen, als de rest maar vlak en hard blijft.

Mooi op tijd aangekomen kwamen we Fabian tegen bij de Stadsschouwburg, onze kleedlocatie. Vanaf daar inlopen naar de start-finish en de laatste anderhalve kilometer van het parcours tegengesteld lopen, parcoursverkenning. Iets wat ik vorige week ook had moeten doen, gezien de verrassing in de laatste 200 meter. De laatste 500m ging vals plat, maar toch behoorlijk steil omhoog. De kilometer ervoor was hard naar beneden, een bijna vrije val waarbij het tempo flink hoog zou komen te liggen. De parcoursverkenning was dus zeker niet onnodig.

Dan nog even een paar versnellingen en klaarmaken voor het startschot, oplijnen achter de toppers. Na het startschot lag het tempo meteen heel hoog. De eerste meters gingen naar beneden, dus een openingskilometer van 3.08 was hard maar kostte niet veel kracht. Daarna was het zoeken naar de juist groep. De wind was hard en het tempo van eenieder lag hoog. Arjan kon me nog motiveren aan te zetten om aan te haken bij een groep voor ons, Fabian hing daar ook mooi in de staart. Ons vooraf besproken plan leek dus goed te gaan, elkaar de eerste kilometers helpen, daarna kijken wie de sterkste benen heeft. De kilometers tegen de wind in en omhoog gingen langzaam, het zakte weg van 3.22 naar 3.34. Om proberen over te springen naar de volgende groep nam ik het kopwerk over en ik kwam er gelijk achter waarom het tempo zo laag lag... Een muur van wind recht in het gezicht. Uit solidariteit voor de mannen hield ik een stukje kopwerk vol om vervolgens weer af te zakken. De tegenvallende doorkomst van 16.44 kwam dan ook niet als een verrassing.

Gelukkig kwam na 5,5 eindelijk de bocht waarbij we uit de wind draaiden. Even aanzetten om weer naar 3.17 te komen was blijkbaar genoeg om los te komen van de groep. Hoewel dit niet helemaal de bedoeling was, vond ik het ook niet erg. Als het goed was kwam hierna hooguit valse zijwind, maar geen echte wind tegen. Dat deze kilometers de meeste heuvels hadden, had ik gezien in het filmpje van het parcours. Maar in het echt waren ze toch een stukje steiler dan verwacht. De eerste paar overleefde ik nog wel redelijk, maar de vrije val bij 7,5 gevolgd door een hele lange steile klim kostte me veel meer kracht dan verwacht. Vlak voor dit punt kwam de uiteindelijke winnares Susan Krumins (Kuijken) voorbij sjezen inclusief een hele entourage bestaande uit hazen, persmotoren en meelopers. Het lukte me om aan te klampen, maar poeh(!!) wat kan zij dalen. Elke afdaling liep ze een meter of 10-15 weg, waarvan ik heuvel op hooguit 5 terug pakte. Na een paar heuvels was het gat dus te groot om nog bij deze groep te komen en was het weer alleen lopen.

Vlak voor het 10k punt kwam nog een andere Groninger, Maarten Zeegers, voorbij (we passeerden gelijktijdig de mat). Ik had het idee dat Fabian en Arjan niet ver achter me zouden zitten, maar kijken op dit punt is alleen maar nadelig. Op eigen kracht doorlopen. De tussentijd viel me enigszins tegen; 33.35. Snel rekenend moet het tempo nu toch echt omhoog om een 16.24 te lopen voor een 49’er.  Echter, had ik elke heuvel de hartslag in de keel, waardoor ik niet lekker rollend maar stampend naar beneden donderde en vervolgens op het vlakke deel 500 meter nodig had om te herstellen. Als we dan bij 12,5 ineens nog een stuk de wind vol in het gezicht hebben (dat kon toch niet meer?!) is de 49 niet meer mogelijk. Gewoon goed doorlopen en in ieder geval Arjan, Fabian en Maarten, die inmiddels ook gelost is, voorblijven is het devies.

Dan herken ik het parcours ineens. Mooi, de laatste 1500m gaan dus in. Aanzetten en klaarmaken voor een eventuele eindsprint. Als ik de 14e km dan nog in 3.10 klok voelen de benen toch niet fris meer, ik kijk 500m voor de finish achterom om te zien of sprinten noodzakelijk is. Dat lijk niet zo te zijn. Geen Fabian of Arjan in de rug. Ik word nog wel gepasseerd door een loper. Dan 300m voor de finish hoor ik tot mijn schrik de kenmerkende ademhaling van Fabian. Als hij dan 150m voor de finish ineens voorbij komt sprinten besef ik dat ik toch echt moet! Ik had er helemaal geen zin in, de tijd was er niet naar, maar verliezen.. Nee, verliezen kan echt niet! VOL, maar dan ook VOL aanzetten! Even laten zien dat die sprintbenen er echt nog wel zijn pak ik hem in de laatste meters. Toch weer een seconde of 5 van de eindtijd afgesnoept. Hoewel Fabian nog goede hoop had dat zijn nettotijd sneller zou zijn, bleek die exact gelijk 50.24, maar de brutotijd (en die is toch echt geldend voor het klassement) was 50.26 om 50.27. Arjan bleek de 31 teveel te voelen in de benen en passeerde in 51.32 de meet. Hoewel de 49’er niet gelukt is, is mijn subdoel wel gehaald. De snelste noorderling. Fabian, Arjan, Maarten, Riekele, alle bekende namen uit het noorden achter me gelaten. Misschien zegt dat toch wat over de omstandigheden? Ik wil het er niet op gooien. Ik kan gewoon geen heuvels lopen. Dat bleek wel uit de afstand die Susan bij elk bultje pakte. Volgend jaar weer? Het is een goed georganiseerde, mooie loop over een fraai parcours met sterk veld, maar die heuvels(!!) doe mij maar een platte pannenkoek...

Henk


Top